Eugène Sue
Het Noodlot der Erfgenamen
Numéro d'article 10217463
De abt D’Aigriguy, op zij geschoven door zijn secretaris Rodin, schrijft aan het hoofdkwartier van het genootschap te Rome, dat door zijn eigen onbekwaamheid een bedrag van 212 miljoen francs bijna verloren zijn gegaan en dat een uitgebreide volmacht voor zijn opvolger gewenst is. In zijn betoog tot zijn vroegere meester, die nu zijn dienaar is geworden, verwijt hij deze niet voldoende het spel der menselijke hartstochten te hebben aangewend om te slagen. Rodin gaat tot actie over: hij redt Adrienne uit het krankzinnigengesticht, waarin zij op bevel van D’Aigrigny werd opgesloten; hij geeft de meisjes Rose en Blanche, die met medewerking van de vrouw van Dagobert in een klooster zijn opgesloten, aan hun pleegvader terug; hij zet een samenkomst met prins Djalma op touw, waar ook Adrienne komt, met het oogmerk deze twee op elkander verliefd te doen worden; hij steelt het dagboek van de ongelukkige naaister Mayeux, waarin zij haar intieme gedachten heeft opgetekend, om door chantage daarmee haar tot spionnage te dwingen; hij zet een staking met sabotage in elkaar op de fabriek van meneer Hardy en zet diens vriend De Blessac aan tot het vuigst verraad; hij geeft Jacques Rennepont veel geld voor drank en laat hem daarna in de gevangenis werpen voor wisselschulden. Al deze handelingen en nog veel meer verricht Rodin om het ene doel te bereiken: de erfenis van 212 miljoen francs. Door het aanwakkeren van al deze menselijke hartstochten gelukt het Rodin inderdaad moord en doodslag te zaaien onder hen die elkaar daarvoor beminden en liefhadden. Als hij zich tenslotte op 1 juni aanmeldt om namens de abt Gabriël het fortuin in ontvangst te nemen, krijgt hij de schrik van zijn leven als een eerwaarde vader hem een brief onder de neus drukt dat niet hij maar vader Caboccini de schat in ontvangst zal nemen en hij onder arrest is gesteld. De schrik is van korte duur want hijzelf heeft papieren van latere datum, waarin hij tot vader-generaal van het genootschap is benoemd, waardoor Caboccini van meester weer dienaar is geworden. Dan schijnt alles gereed, maar de joodse schatbewaarder Samuel heeft brand gesticht in de waardepapieren en het fortuin van 212 miljoen verbrandt voor zijn ogen. Hij wordt door brandwonden overdekt bij zijn poging de brand te blussen en bemerkt dat plotseling dat hij hevige krampen heeft, veroorzaakt door een vergif hem toegediend in de vorm van wijwater door de wurger Faringhea, die Bohwanie heeft afgezworen en een toegewijd lid is geworden van het genootschap. Hij zegt: „De kardinaal heeft mij bevolen en ik heb gehoorzaam de bevelen van de kardinaal uitgevoerd.”
État
D'occasion - Acceptable
Langue
Néerlandais
Type d'articles
Livre - Couverture souple
Éditeur
Internationale Romanuitgaven (Groningen)
Nombre de pages
127 pages
Verkleuring. Gekreukte omslag.
