Antonin Rükl
Maan Mars Venus
Article number 10125060
INHOUD INLEIDING DE MAAN De maan aan de hemel Het maanoppervlak van veraf en van dichtbij De maankaarten Apparatuur en mensen op de maan Tabel van maansondes DE ONTDEKKING VAN DE PLANETEN VENUS Avondster en morgenster Venus door de verrekijker Wat weten wij van Venus Overzicht van de ruimtesondes naar Venus MARS De baan om de zon Mars door de verrekijker De kartografie van de planeet Mars Mars van dichtbij bekeken De donkere en lichte gebieden en hun veranderingen Marskanalen De poolgebieden De atmosfeer De temperatuur Marsbewoners De twee manen van Mars Tabel van de sondes naar Mars Opmerkingen bij de maankaarten Opmerkingen bij de kaarten van Mars DE KAARTEN Overzichtskaarten van de maan (I–VI) Kaarten van de naar de aarde toegekeerde kant van de maan (1–76) Marskaarten (A–F) Nieuwe benamingen kraters op de naar de aarde toegekeerde kant van de maan (IAU, Sydney 1973) Planetaire gegevens Register van de maankaarten Register van de marskaarten INLEIDING Door de ontwikkeling van de ruimtevaart aan het eind van de jaren vijftig kwamen ook voor de astronomie nieuwe middelen en methoden van onderzoek beschikbaar. Interplanetaire vluchten waren niet langer meer een droom. De jaren zestig van deze eeuw betekenen dan ook een omwenteling in de geschiedenis van de astronomie. De hemellichamen van ons zonnestelsel werden objecten van direct onderzoek. Als eerste werd de maan het doel van ruimtevluchten. Daarna volgden de planeten die de naaste buren van de aarde zijn: Venus en Mars. Deze pioniersjaren van het ruimteonderzoek brachten een ongekende toename van de belangstelling voor de maan en vooral deze planeten teweeg. Exacte gegevens over deze hemellichamen vormen de sleutel tot het verleden van de aarde — vandaar ook de grote wetenschappelijke interesse voor het onderzoek van de planeten. Maar de meeste mensen volgen het „cosmisch gebeuren" gewoon uit interesse. Het behoort tot onze algemene ontwikkeling om wat basiskennis over de planeten te hebben. Steeds meer mensen voelen zich betrokken bij het onderzoek van het natuurgebeuren. Vooral voor die mensen is dit boek geschreven. Toch kan het ook vakmensen van dienst zijn, mensen die geen astronomen zijn en zich nog nooit met de maan en de planeten hebben bezig gehouden, maar die nu merken dat het ruimteonderzoek deze objecten binnen hun vakgebied heeft gebracht. Het doel van deze atlas is vooral om de lezer bekend te maken met wat op de maan, Mars en Venus met een telescoop of zelfs met het blote oog te zien is. Het overgrote deel van de atlas wordt gevormd door de precieze maankaarten, waarbij bijzondere aandacht werd gegeven aan de nomenclatuur van de maanformaties. De overzichtelijke, en veel gegevens bevattende maankaarten zijn op 82 gekleurde deelkaarten weergegeven. De resterende kaarten geven een overzicht van Mars in zes delen. De beschrijving van Venus neemt de minste ruimte in, want op deze planeet is met een telescoop nauwelijks iets waar te nemen, en de radarkartering staat nog in de kinderschoenen. Maar de verschillende fasen van Venus zijn voor de aardse waarnemer steeds weer interessant. Dit boek had zonder de medewerking van verschillende vakmensen niet kunnen ontstaan. Zij hebben de schrijver de noodzakelijke informaties en achtergronden gegeven voor het maken van de maankaarten en de teksten. Het waren E. A. Whitaker Lunar and Planetary Laboratory, Tuscon, USA; Prof. Z. Kopal, Universiteit Manchester, Engeland; Dr. T. W. Rackham, Jodrell Bank Observatory, Engeland; C. A. Wood en D. W. G. Arthur, vooraanstaande Amerikaanse selenografen, en Dr. Leonard D. Jaffe, Jet Propulsion Laboratory in Pasadena, USA. De schrijver bedankt hen allen voor de geboden hulp, en niet in de laatste plaats bedankt hij zijn vrouw voor haar onschatbare hulp en morele steun tijdens de twee jaren waarin hij aan deze atlas werkte.
Condition
Used - Good
Language
Dutch
Article type
Book - Hardcover
Year
1980
Publisher
La rivière & Voorhoeve
Number of pages
256 pages
EAN
9789060844090
Illustrated
Yes
